Wachten is iets waar ik niet goed in ben. Ik wil vooruit. Ik wil duidelijkheid. Ik wil zien dat er iets verandert. Maar in mijn geloof merk ik dat God vaak werkt in processen die ik niet kan versnellen.
Soms bid ik om doorbraak, om richting, om beweging. En dan blijft het stil. Niet leeg, maar stil. Vroeger dacht ik dat stilte betekende dat er niets gebeurde. Nu begin ik te zien dat juist in die stille periodes iets in mij gevormd wordt.
Wachten leert mij vertrouwen. Het haalt mijn drang naar controle onderuit. Het confronteert mij met mijn ongeduld, maar ook met mijn afhankelijkheid. Ik ontdek dat geloof niet alleen gaat over ontvangen, maar ook over volhouden. Over blijven staan waar God mij heeft geplaatst, zelfs als ik liever ergens anders zou zijn.
In de wachttijd leer ik ook mezelf beter kennen. Mijn angsten. Mijn verlangens. Mijn neiging om zelf oplossingen te forceren. En telkens opnieuw hoor ik die zachte uitnodiging: Blijf. Vertrouw. Ik ben aan het werk, ook als jij het niet ziet.
Misschien is wachten geen stilstand, maar voorbereiding. Misschien is het geen vertraging, maar verdieping. Ik hoef niet alles te begrijpen om te mogen rusten in Gods timing.
Vandaag kies ik ervoor om niet vooruit te rennen op wat nog moet komen. Ik wil leren wachten met hoop. Niet passief, maar vertrouwend. Wetend dat Gods tijd anders is dan de mijne — en beter.
Gebed
Heer God,
leer mij geduld wanneer ik vooruit wil lopen.
Geef mij vrede in de wachttijd
en vertrouwen dat U werkt, ook in stilte.
Help mij rusten in Uw timing
en hoopvol te blijven, elke dag opnieuw.
Amen.

Geef een reactie